pyramids  


HET OUDSTE GRAF UIT DE EERSTE TIJD?

 
  HOME :
   
februari 2017

 

Rostau, het oudste graf van de goden uit de eerste tijd.

 

Rostau is de archaïsche naam [behorend tot of betrekking hebbend op een zeer oud tijdperk], de Oud Egyptische benaming voor de necropolis op het Gizeh plateau.

De voornaamste reden waarom de necropolis op het Gizeh plateau zo belangrijk was, is waarschijnlijk de aanwezigheid van het eerste graf dat daar werd gemaakt voor de eerste overleden “goden” die met schepen uit Tiwanaka waren gekomen.

Dat graf zit nu onder, of hoort nu bij de piramide van Menkaure (Mycerinus).

http://www.ancient-wisdom.com/egyptghiza.htm#gizamenkaure

 

Menkaure 1       
De piramide van Menkaure, graf 4 is het belangrijkst!

Dat graf (4) is vrij primitief uitgehakt, (2 en 5) zijn nog twee grafkamers in de piramide maar deze zijn veel egaler afgewerkt.

De grootste piramide zelf en grafkamer 2 en 5 zijn uit de tijd van Menkaure en komen hier niet ter sprake.

 

Menkaure 3
Zes nissen in de onderste grafkamer onder de piramide van Menkaure.

 

Het is een oogopslag te zien dat deze grafkamer oud, zeer oud is en ziet er vrij primitief uit ten opzichte van beide andere kamers.

In deze (4) onderste grafkamer zijn zes nissen uitgehakt, elke nis is groot genoeg om een mummie of een kist in te plaatsen maar wellicht ook niet meer dan één. Kortom, dit is een grafkamer voor  (maximum) zes overledenen. Niet dat we de exacte hoogte kennen van die nissen maar het lijkt alsof de kisten rechtop konden staan of wel degelijk rechtop gestaan hebben. Er is niets bekend over dit graf en er werd nooit iets in gevonden, het zou dus evengoed kunnen dat er slechts één overledene werd in begraven en dat de andere nissen gevuld werden met grafgiften. De grootte van het graf doet toch vermoeden dat het om één of mogelijks meerdere belangrijke personen of “goden” ging.
 
Van groot belang is weeral de oriëntatie ervan, dit strookt niet met de correcte noord-zuid oriëntatie van de andere kamers noch van de gangen en de piramide zelf.

 

Menkaure 2
Grafkamer 4 staat 24°NO gericht of 66°NW

Indien we de tekening met de ingangen op het noorden richten dan kunnen we vaststellen dat die grafkamer (4) een 24°NO oriëntatie heeft, gemeten vanuit Gizeh. Het is een rechthoekige kamer dus de andere zijden staan 66°NW georiënteerd. Ook hier weer, net zoals het Osirion, is het de kortste zijde die NW gericht staat. Hoe dan ook, die 66° NW oriëntatie is de belangrijkste.

 

Rostau 1 
Het graf met een hoek van 66° NW staat niet uitgelijnd op de noordpool.

Zetten we die oriëntatie uit op een landkaart dan valt daaruit al onmiddellijk op dat ook dat graf werd uitgelijnd op Syene (op de ster Sirius). Ook hier weer gaan we een correctie moeten toepassen op de hoek, een correctie van Gizeh naar Syene.

 

Giza 1
De correctiehoek Gizeh – Syene bedraagt 15°

 

We trekken een lijn vanuit Gizeh (Caïro) naar Syene, de hoek bedraagt 15°, dit is de correctie die moet toegepast worden op de oriëntatie van dat graf, 66°NW – 15°= 51° NW.

 

Giza 2
De werkelijke hoek, met uitlijning op de stad Syene (op de ster Sirius) bedroeg 51° NW.

 

worldmap8
Rostau, het oudste graf onder de piramide van Menkaure.
O = graftombe van Djer (39,8°NW), Z = graftombe van Djet (22,2° NW)
Rostau, het graf op het Gizeh plateau is het oudste = 51° NW°.

 

Op bovenstaande kaart is te zien dat het graf onder de piramide van Menkaure, met zijn oriëntatie van 51° NW op Syene, nog ouder is dan de graftombe van koning Djer in Abydos. Dat graf moet dus dateren uit de allereerste periode, heel in het begin toen de “goden” nog maar pas in Egypte waren aangekomen. Indien ze inderdaad uit Zuid-Amerika zijn gekomen is het logisch dat de Nijl zijn opgevaren en dat ze ergens in het noorden van Egypte aan land zijn gegaan. Aan het verschil in de  hoeken van de oriëntatie kunnen we niet zien om hoeveel jaren dat gaat maar toch mogen we meer dan waarschijnlijk aannemen dat ze een paar jaar zijn gebleven in de omgeving van Gizeh.    

Er werden zes nissen uitgehakt in dat graf, wie of hoeveel er daar begraven lagen weten we uiteraard niet. Aan de grootte van de grafkamer mogen we wellicht aannemen dat het om één of meerdere belangrijke figuren of “goden” ging. Dat graf werd waarschijnlijk simpelweg afgedekt met stenen, het is zelfs niet zeker dat dit graf reeds op een mastaba leek. Er werd zeker en vast nog geen piramide gebouwd, daar hadden ze de middelen nog niet voor (nog maar pas aangekomen).    

Het Gizeh plateau werd meestal “Het huis van Osiris, heer van Rostau” genoemd. Het lijkt er sterk op dat we Osiris mogen gelijk stellen met koning Djer, dat het bij die twee namen inderdaad om één en dezelfde persoon of ‘god’ gaat.

We gaan het wel nooit te weten komen maar goed, laten we aannemen dat hier ooit de eerste leider(s) of koning(en)  werd(en) begraven van die groep die van overzee is gekomen en die wellicht door de Egyptenaren als goden werden gezien. Hoe de vroegste naam was van deze “god” weten we niet omdat de naam Osiris pas veel later kwam, misschien Chentiamentioe dan maar?

https://nl.wikipedia.org/wiki/Osiris_(mythologie)

[citaat uit Wikipedia] De oorsprong van Osiris als god van het dodenrijk komt voort uit zijn assimilatie (rond de 3é of 4é dynastie van Egypte van de god van de necropolis in Abydos: Chentiamentioe (ook Khontamentiu, Khentamenti, Khontamenti, Khenty Amentiu, Khenti Amentiu). Deze dodengod hielp overledenen naar het land in het westen te reizen, hij was bestuurder van de zonnebark gedurende de nachtelijke reizen. De allereerste tempel in Abydos was gewijd aan Khentamentiu. De associatie met Osiris was zo vroeg in de geschiedenis dat bijna niemand meer wist waar zijn rol als god van het dodenrijk, die alle overledenen beoordeelt, oorspronkelijk vandaan kwam. [einde citaat].

De chronologische volgorde (?).                  

Toen de ‘goden’ aankwamen in Egypte zijn zij de Nijl opgevaren en hebben waarschijnlijk een zekere tijd in de omgeving van Gizeh verbleven. Het waterpeil van de Nijl stond toen zeer hoog en de delta was één groot moeras met talrijke vruchtbare eilanden. Het rotsplateau van Gizeh zal waarschijnlijk de eerste vaste rotsbodem geweest zijn die hoog genoeg boven het niveau van de Nijl uitstak en de eerste plaats die veilig was tegen overstromingen. 

Op het Gizeh plateau, vanaf de vroegste tijden Rostau genoemd, stond het huis van Osiris. Hoewel koning Djer werd begraven op de necropolis van Abydos mogen we er wellicht toch van uit gaan dat zijn mummie uiteindelijk werd bijgezet (door koning Djet?) in dat graf op het Gizeh plateau. De vraag is dan wie er reeds eerder begraven lag in die vijf overige nissen van datzelfde graf. Het lijkt logisch aan te nemen dat er, reeds bij de overtocht, hun aankomst of tijdens hun kort verblijf in Gizeh, enkele belangrijke ‘goden’ zijn overleden.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Enneade
       
In de Egyptische Enneade is Osiris de zesde in de lijst van negen, van Osiris veronderstellen we dat dit koning Djer is geweest. De eerste vijf goden, hebben die ook echt bestaan? Die lijst, vanaf het begin tot en met koning Djer, telt zes goden en er zijn zes nissen in dat graf op het Gizeh Plateau. Lagen hier echt de eerste zes ‘goden’ van die enneade begraven? We komen het wellicht nooit te weten. Voor Rostau zelf, het Gizeh plateau, moeten er juist vanwege dat graf reeds heel vroeg plannen bestaan hebben om daar een piramide te bouwen, het huis van Osiris.

Hoe dan ook, Beneden-Egypte was niets voor de goden om de simpele reden dat ze voor hun krachtbronnen (hydraulica) grotere hoogteverschillen nodig hadden en dus is dat volk vermoedelijk vrij vlug naar Boven-Egypte verhuisd, naar Abydos. Waarom ze nu expliciet kozen voor Abydos is niet duidelijk, vermoedelijk was er daar indertijd een zijrivier van de Nijl waardoor dit een geschikte plek was voor hun eerste nederzetting.

Na verloop van tijd werden enkele van hun boten begraven op de necropolis van Abydos. Heden ten dage liggen die boten in de woestijn op zo’n dertien kilometer van de Nijl. Men kan zich terecht de vraag stellen waarom die zo ver van de Nijl verwijderd liggen en hoe men die tot daar heeft kunnen verslepen. Indien men echter wil toegeven dat die boten géén vijfduizend jaar oud zijn maar wel 13.000 à 14.000 jaar dan zouden we kunnen aannemen dat die indertijd héél dicht tegen de oever lagen van bijv. een zijarm van de Nijl.